Werken maakt gelukkig

30 mei 2011

Aad van Nes heeft na zijn pensionering een eigen bureau opgezet. Werken maakt gelukkig, is zijn devies. Oat geldt ook voor anderen: zijn missie is zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen, desnoods 'werkend wachten op werk'. Een dag op pad met de arbeidsmarktmeester.

Aad van Nes is te laat en ruikt naar cacao. Nog voordat hij gaat zitten, rolt het verhaal er al uit. Hij heeft zojuist een gesprek achter de rug met de baas van een cacaofabriek in Krimpen aan de IJssel. 'Op een prachtige plek langs de rivier, heerlijk rustig. Ik zei meteen: deze plek lijkt me perfect om ex-verslaafden weer voorzichtig te laten deelnemen aan het arbeidsproces.' Het gesprek liep lekker, de baas van de cacaofabriek reageerde volgens Van Nes enthousiast op zijn voorstel en de ontmoeting krijgt een vervolg.
Tevreden haastte de arbeidsmarktmeester zich terug naar kantoor, hartje Rotterdam, op de vierde etage van het World Trade Center. Hier zit de volgende gesprekspartner al klaar: Cor Nieuwenhuijse, voormalig schooldirecteur in het agrarisch onderwijs, die een doortimmerd plan heeft voor een nieuwe vorm van praktijkleren. Hij zoekt bedrijven en onderwijsinstellingen die belangstelling zouden kunnen hebben voor zijn plan. Dat heeft nogal wat raakvlakken met de aanpak van de arbeidsmarktmeester: werkzoekenden zonder ervaring maar met motivatie aan de slag helpen. Van Nes: 'Bedrijven zijn star, bijna autistisch. Ze zoeken werknemers die helemaal niet bestaan: hoogopgeleid, veelzijdig, ervaren en goedkoop. Het wordt tijd dat men zich realiseert dat die eisen onmogelijk zijn.'
Zijn filosofie lijkt even simpel als onweerlegbaar: iedereen die wil werken, kan iets betekenen op de arbeidsmarkt. Een bedrijf hoeft alleen maar te ontdekken wat dat is, een werkzoekende hoeft alleen maar een kans te krijgen. Hij pakt z'n brillenkoker erbij en zaagt er denkbeeldig een stukje af met de rechterhand. 'Ons huidige systeem reduceert werknemers tot louter arbeidsproductiviteit, maar ze betekenen veel meer. Hoe langer iemand bijvoorbeeld ergens werkt, hoe meer zijn vakmanschap groeit. Ontsla je hem of haar, dan raak je dat vakmanschap ook kwijt. Door de vergrijzing krijgen we straks een joekel van een vervangingsvraag. Ik zeg: gebruik de kennis die je in huis hebt voor het opleiden van nieuwe collega's volgens het aloude gildesysteem! Daartoe probeer ik bedrijven te verleiden.'
En als het economisch minder gaat? Laat mensen 'werkend wachten op werk', is zijn devies. Zet bedrijven op, gebruik daarvoor geld dat je anders kwijt zou zijn aan uitkeringen. Haal werk uit lagelonenlanden, bijvoorbeeld door productieprocessen daar een fase eerder te laten stoppen. 'Je kan de producten in die laatste fase afstemmen op specifieke wensen van klanten. Of het nou om auto's gaat of om computers, het maakt niet uit. Zulke bedrijven kunnen rendabel zijn, weet ik uit eigen ervaring.'

Trots

Aan ervaring geen gebrek. Van Nes deed zijn ideeen over wat bij noemt de 'inclusieve economie' op als directeur van het Rotterdamse gemeentereinigingsbedrijf Roteb. Hij vormde de Roteb om tot een verzameling kleinere bedrijfjes voor werklozen die volgens hem niet alleen een baan kregen, maar ook hun trots hervonden. 'Werken maakt gelukkig. We zijn alleen al miljarden kwijt aan de volksgezondheid omdat zo veel mensen buiten het arbeidsproces staan.' Half een, einde van het gesprek met Cor Nieuwenhuijse. De mannen schudden elkaar stevig de hand. Aad van Nes: 'Je mag gebruikmaken van ons netwerk, maar vertel iedereen dan ook enthousiast over onze ideeen. Probeer nieuwe dingen uit en houd ons op de hoogte.'

Eilanden van hoop

Tijd voor een lunch is er niet, de volgende afspraak wacht: een rederij in Werkendam. Aad van Nes springt in de auto. Sinds hij begin dit jaar optrad in een reportage van KRO's Brandpunt stroomden er uit het hele land een kleine vijfhonderd reacties binnen van gemeenten, onderwijsinstellingen en bedrijven. 'Iedereen was razend enthousiast en wilde meer weten. We proberen nu groepjes mensen met elkaar in contact te brengen om te kijken of ze samen iets kunnen betekenen. Ik noem het eilanden van hoop.'
De arbeidsmarktmeester is de vleesgeworden man-meteen-missie. De Rotterdamse bestuurders en werkgeversorganisatie VNO-NCW maakten ruim twee jaar geleden budget vrij om Van Nes een dag per week als arbeidsmarktmeester te kunnen laten werken. In de praktijk zijn dat er inmiddels vaker zes. Die missie: werknemers en werkgevers in de regio Rotterdam bij elkaar brengen. Samen met DAAD, een bureau met een vergelijkbare doelstelling, hielp Bureau Arbeidsmarktmeester al zo'n 10.000 laagopgeleide Rotterdammers aan het werk. Inmiddels is de regio flink uitgedijd. Van Nes, nuchter: 'Wat in Rotterdam kan, kan in het hele land.'

Aanwas garanderen

In Werkendam komt hij direct na binnenkomst to the point. Tegen de drie broers Kornet: 'Heren, wat willen we bereiken?' Rederij Chr. Kornet & Zonen heeft zo'n 120 man personeel varen op dertien zeeschepen. De werknemers, vaak uit Polen en de Filipijnen, komen en gaan. Chris Kornet: 'We willen personeel zelf kunnen opleiden en de aanwas garanderen. Daar willen we tijd in steken. Maar hoe doe je zoiets?'
Het gesprek gaat onder meer over hobbels en mogelijke oplossingen. Het onderhoud biedt Van Nes de mogelijkheid zijn ideeen over de inclusieve economie nog eens uiteen te zetten. Hij stelt voor - 'ik denk gewoon maar even hardop' - extra mensen mee te nemen die aan boord kunnen ontdekken of varen iets voor hen is. Mensen die nog niet productief zijn, maar die de rederij wel aan zich zou kunnen binden. Een opleiding-op-maat zou een tweede stap kunnen zijn. Hij geniet van zijn rol als inspirator en bemiddelaar. Natuurlijk kan de rederij gebruikmaken van de voorraad Rotterdamse werkzoekenden. 'In een vijver met meer dan 30.000 vissen heb je sneller beet dan in een Werkendamse vijver.'

'Blijmaaksters'

Hij lijkt zelf blij te worden wanneer hij de reders vertelt over de door hem bedachte 'blijmaaksters' die in een Rotterdams verpleeghuis ouderen gezelschap houden. 'Vrouwen met een enorm hart. Meer hebben ze ook niet nodig voor het werk dat ze doen. Je maakt gebruik van het talent dat ze hebben, maar het is ook mooi dat ze gemotiveerd raken om verder de zorg in te gaan.'
Half vier, einde gesprek. De gebroeders Kornet zeggen huiswerk te gaan maken, en op termijn willen ze graag een nieuwe afspraak. In de auto terug naar Rotterdam blikt de arbeidsmarktmeester content terug op de dag. 'Maar ik hoop ook nog echt grote jongens aan de haak te slaan die samen een werkend-wachten-op-werk-bedrijf willen beginnen.'
De optimist is ervan overtuigd dat het gaat lukken. Dat het bedrijfsleven gaat inzien dat een 'inclusieve economie' rendabel is. Dat Nederland leuker wordt. En dat er aanstonds, op het laatste stukje snelweg naar Rotterdam, geen file zal staan.

Bron: SERMagazine, 30-05-2011, Pagina 4

Meer nieuws uit 2011